De klassieke sleutelhanger is een dubbele metalen ring met twee uiteinden aan weerszijden. Om een sleutel en een sleutelhanger samen te brengen of om ze te scheiden, moeten de twee ringen van de hanger iets uit elkaar worden gehaald.
Naast deze standaardversie zijn er ook versies met een snap-hooksluiting, die zich kenmerken door hun bijzonder eenvoudige en comfortabele bediening.

Waar zijn sleutelhangers voor?
Sleutelhangers worden vooral gebruikt om het hanteren en opslaan van sleutels te vereenvoudigen. Ze worden echter ook vaak gebruikt om sleutels makkelijker te vinden, of gewoon om te versieren, door fraai vormgegeven hangers aan de metalen ring te bevestigen. Bijzonder populair zijn hier varianten in de vorm van harten, klaverbladen of hoefijzers, die ook dienen als geluksbrenger.
Een gravure in de vorm van een gepersonaliseerde belettering of beeldmotief maakt van de sleutelhanger een bijzonder accessoire met een persoonlijk tintje.

De sleutelhanger en zijn geschiedenis
De oudste verwijzingen naar het gebruik van sloten en sleutelhangers zijn meer dan 3000 jaar oud en komen uit Egypte. De ophangmiddelen voor sleutels die toen in gebruik waren, kunnen worden omschreven als zeer eenvoudige voorlopers van de huidige sleutelhangers.

Een verdere ontwikkeling vond plaats onder de Romeinen, die meer belang hechtten aan een esthetisch ontwerp van de nu uiterst decoratieve sleutelhangers. Vandaag de dag zijn exemplaren uit deze periode te zien in musea over de hele wereld.
De sleutelhanger was in de Middeleeuwen minder belangrijk, omdat het in die tijd meer de gewoonte was om bezittingen te verbergen dan om ze op te sluiten.

Vanaf 1778 echter, met Robert Barron’s uitvinding van een zeer veilig sluitmechanisme, nam de verspreiding van sleutelhangers weer toe.
Dit veelzijdige en praktische accessoire beleefde een boom in de jaren veertig van de vorige eeuw, toen naast de klassieke varianten van metaal ook modellen van kunststof in massa op de markt kwamen.